#blijfthuis

‘Jeetje, wat is het hier warm zeg!’, roep ik zodra ik de deur van onze huiskamer opendoe. Het is alsof ik vanuit een vliegtuig de tropen instap. Ik zie mijn man met handleidingen voor zich uitgespreid aan tafel zitten. Hij antwoordt in zijn shirt met korte mouwen ’28 graden…’ Normaal tekent Mark voor dit soort temperaturen. Maar verwarmingswarm is anders dan zonnestralenwarm. Helaas werpt alles wat hij probeert en doet geen vruchten af. We hebben een man met verstand van zaken nodig. Dus wordt er gelijk om 8 uur gebeld en voordat we het weten staat er een monteur bij ons op de stoep. De vakman doet zijn werk en binnen een half uur voelt ons huis weer aangenaam. Deze tijden zorgen ervoor dat ik regelmatig word overvallen door een gevoel van dankbaarheid. Dat zorg en welzijn – op wat voor een manier dan ook – in ons land gewoon doorgaan. Zoveel onmisbare mensen die onverstoorbaar doorwerken met hun kop in de wind of boven het maaiveld. Dat raakt mij. En ik wil deze monteur dan ook laten weten hoe blij ik ben dat onze verwarming niet meer op volle toeren draait. Maar ik vind het nog verwarrend hoe dat moet zonder een hand te geven en te overdrijven. Dus zwaai ik wat onhandig met mijn hand in de lucht en zeg daarbij onnodig hard: ‘Dank u wel, hoe had dit zonder u gemoeten…’

Na deze start van de dag heb ik behoefte aan frisse lucht. Dus besluit ik mijn vertrouwde rondje over de stadswal te lopen. Als ik het wandelpad opdraai, zie ik op een bankje een man en vrouw met thermoskan een kopje koffiedrinken. De laatste weken verandert het straatbeeld, denk ik bij mezelf. Mijn gedachten krijgen gelijk een nogal opmerkelijke bevestiging. Voor mij lopen twee oudere dames, beiden hebben een stok in hun hand. Op zich is daar niets vreemds aan, echter zij hebben de stok – net als een heks op een bezemsteel – achter zich uitsteken. Ze zitten er alleen niet op maar houden de stokken stevig vast in hun rechterhand. De maat van de stok laat zich raden. Omdat mijn tempo hoger ligt dan dat van deze dames, loop ik al vrij snel dicht achter de bezemstelen. Op dit smalle paadje inhalen, durf ik niet. Want ergens boezemen deze vrouwen met hun priemende stokken mij ook iets van angst aan. Ik probeer de focus op de kastanje takken die in de knop staan te houden. De lente te zien. Maar mijn gedachten springen heen en weer. Zodra het wandelpad zich verbreedt tot een grasveld durf ik met een hele grote boog in te halen.

Even later zie ik aan de overkant van het water volkstuinen liggen. Er wordt volop getuinierd. Ik dagdroom bij het zien spontaan van een eigen moestuin en zelfvoorzienend zijn. Het blijft iets raars dat een mens soms dingen lijkt te willen die zij helemaal niet wil. Dan hoor ik bel gerinkel. Op ‘mijn’ wandelpad zijn fietsers beland. Automatisch doe ik een stap opzij en ik mompel iets van ‘u mag hier niet fietsen’ maar ze zijn – voordat ik het weet – op hun elektrische fietsen voorbij geroetsjt. Dit zet geen zoden aan de dijk. Mijn hoofd loopt om. Er wandelt veel te veel door mijn gedachten heen en weer. Ik ga naar huis.

Thuis hoor ik bij binnenkomst onze jongste zoon op zijn kamer een onlinegesprek met zijn docent voeren. Boven staat onze oudste zoon in de keuken weer eitjes te bakken en mijn dochter staat in de huiskamer op haar hoofd (iets van yoga).

Hier is alles gewoon. Ik zucht opgelucht. Een maand terug was dit op een doordeweekse vrijdagochtend heel vreemd geweest, maar nu is het vrij normaal. Raar maar waar.

Ik besluit nog even buiten te gaan zitten om mijn hoofd wat rust te geven. Ik nestel mij op een stoel uit de wind. Er vliegt een koolmees heen en weer. Nestkastje in, nestkastje uit. Ik volg haar noeste arbeid. Ik trek mijn jas en mijn onrust uit.

Het nestkastje is een betonnen bloempot waarin Mark een gat heeft geboord. Het is grof en hard van buiten. Maar binnen wordt gewerkt aan een zacht, warm en veilig nestje. De lente zit vol beloften.

Ze worden warm de dagen die gaan komen. Ik blijf thuis. En misschien is dat naast klappen, bedanken, onhandig zwaaien wel de beste manier om mijn waardering, bewondering en dank uit te spreken voor eenieder die zo keihard werkt aan onze gezondheid en welzijn. Thuisblijven zodat zij hun werk aankunnen. Bovendien hoef ik ook nergens heen er is op ons dakterras genoeg leven.

Ps: Deze foto is van vorig jaar. Ook toen was een koolmees druk in de weer met het maken van een nest. En de dwarsligger (het takje) kostte wat moeite maar uiteindelijk kreeg ze het voor elkaar.

1 antwoord

Laat een reactie achter

Wilt u zich mengen in de discussie?
Voel u niet bezwaard om bij te dragen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *