Mis je het nog, mam?

‘Mis je het nog, mam?’ Mijn 18-jarige Lot heeft mij net verteld hoe haar stagedag in groep 3/5 is verlopen en sluit haar verhaal af met deze vraag. Zij heeft mij -toen ik na hopeloos vechten om mijn baan in het onderwijs terug te krijgen maar het niet kon winnen van mijn lijf- verdrietig, boos en ook weleens jankend op de bank aangetroffen. Mijn werk was niet zomaar werk. Het hoorde bij mij. Het zat in mijn leven verweven. Toen ik uiteindelijk de handdoek in de ring moest gooien, mijn baan op moest geven, deed dat pijn. Het was een tijd van rouwen om wat niet meer was. Wat niet meer kon. De eerste periode thuis was ik volledig uitgeput en kwam er niets uit mijn hoofd en handen. Alleen opruimen. Daar was ik plots een ster in geworden. Nou schijnt opruimen heel therapeutisch te werken en in mijn geval was een overzichtelijk huis met voor alles een eigen plek ook nog eens pure noodzaak. Dus het had zo zijn voordelen. En zo gleden de dagen langs mij heen. Totdat mijn rechtdoorzee dochter thuis kwam om zich heen keek en vol overtuiging zei dat ze het niet meer leuk vond. Ons huis veel te netjes was en ik weer iets moest gaan doen. Hoe dan ook. Ik schrok van haar woorden maar toen ik mijn blik door de huiskamer liet glijden -die er smetteloos uitzag alsof hij ieder moment gefotografeerd moest worden voor een woontijdschrift- drong het tot mij door dat de plaatjes van interieurs die ik altijd volstrekt ongeloofwaardig vond hier in mijn eigen huis, zonder dat ik het door had, realiteit waren geworden.

Voor mij is een van de belangrijkste taken -en misschien wel de allerbelangrijkste taak- van het onderwijs kinderen laten ontdekken waar hun interesses liggen. Ze de mogelijkheid bieden om te ondervinden waar hun hart, hun talent, hun passie -geef het naam- ligt. Dat weten is een groot goed. Omdat je ergens in willen verdiepen zin geeft. Zin in het leven. En met deze overtuiging in mijn achterhoofd wist ik heus dat mijn kind gelijk had. Ik moest weer iets met mezelf en de tijd die ik had, beginnen. Ik kieperde op zolder mijn bakken met drijfhout om en begon met schrijven.

Nu bijna drie jaar later glijden mijn ogen wederom na woorden van DSC02171Lot door onze huiskamer. Ik zie mijn drijfhoutwerk in wording -omdat ik nog steeds twijfel over de kleurencombinatie- op de vloer, een bergje hout op de eetkamertafel, opengeslagen boeken op de bank, verdwaalde bekers en houtsnippers naast een stoelpoot omdat de kat deze als krabpaal gebruikt. En ik constateer dat ik me weer helemaal thuis voel in mijn leven. De ‘mis-je-het-nog’ vraag beantwoord ik met dat ik het zo heel af en toe heus nog wel mis. Maar dat dat niet erg is. Het betekent dat ik mijn werk met veel plezier heb gedaan. En dat is niet voor iedereen weggelegd ( laatst las ik dat ongeveer 60% van de mensen liever iets anders zou doen dan hetgeen hij of zij nu doet). Maar dat ik heus wel weet dat school en ik niet meer samen gaan. Die tijd is geweest. Feit is nu eenmaal dat je niet altijd kunt worden wat je maar wilt ook al doe je nog zo je best. Inmiddels heb ik geheel vrijwillig een andere mooie baan, nou ja een soort van, met fantastische arbeidsvoorwaarden gecreëerd. Deze nieuwe ‘baan’ zet me aan tot werklust, creativiteit, verbeelding en plannen. En dat ervaar ik als een groot geluk.

4 antwoorden

Laat een reactie achter

Wilt u zich mengen in de discussie?
Voel u niet bezwaard om bij te dragen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *