Alleskunner

‘Tsjee, die gaan snel hangen’, mompel ik, terwijl ik het onlangs gekregen bosje bloemen op tafel bekijk. Ik pak de vaas op en kom al snel tot de conclusie dat er geen water in zit. Zuchtend loop ik met de vaas met bloemen maar zonder water naar de keuken. Ik heb net mijn hangende bosje op het aanrecht gelegd als Mark vanachter zijn laptop roept: ‘Kom eens kijken, de bieb heeft een stukje over jou online gezet.’

Ik heb deze week een Koffie met… in de bibliotheek van Gorinchem. En ik vind het reuze leuk dat ik ben uitgenodigd om iets over mijn gedichtenbundel Burgeluk te komen vertellen. Maar ik vind het ook een tikje spannend of ik op een doordeweekse donderdagochtend een tafel vol kan krijgen. Dus ben ik reuze blij dat de bieb mij aan het promoten is.

Mijn bloemen – die nu toch al even gewend zijn om het zonder water te doen – laat ik liggen om het stukje te lezen. Het is een kort stukje. En eigenlijk ook best een fijn stukje. Maar er staat een woord in waar ik keihard over struikel. Waarvan mijn nekharen overeind gaan staan.

‘Welke dwaas heeft dit geschreven?’ (Excuus, excuus, want ik weet heus hoe goed bedoeld deze omschrijving is. Maar dit is gewoon heel even mijn allereerste reactie.)

‘Tsss.. alleskunner Ariena Ruwaard’, sis ik. ‘Wie bedenkt het? Tsjonge.’

Ik vraag mijn wederhelft vertwijfeld hoe het toch komt dat iemand mij zo noemt. Immers voor mij is het soms best lastig om mijn hoofd in deze toch wat ingewikkelde wereld boven water te houden. Ik heb er zelfs een heel boek aan gewijd met de titel Imperfect verklaard. Alleen die titel moet toch al voldoende doen beseffen dat ik allesbehalve een alleskunner ben.

Mijn man – die een meer realistisch beeld van de werkelijkheid heeft – antwoordt: ‘Tja, die term dekt niet echt wie jij bent, maar verder is het toch een goed stukje?’ Ergens zie ik in de twinkeling in zijn ogen dat hij dit best grappig vindt.

En dan schiet me te binnen hoe graag ik altijd een alleskunner wilde zijn. Een aantal jaren terug was dit een groot compliment geweest dat mij van oor tot oor had doen grijnzen.  Want hoe graag wilde ik niet alles zelf kunnen en zelf doen. Mijn eigen boontjes doppen. De angst om dom gevonden te worden heeft een tijdje mijn leven beheerst. Ik mocht vooral niet laten merken dat ik iets niet begreep of niet kon. Dat ik hulp nodig had. Daar schaamde ik me voor.

Noodgedwongen heb ik me een paar jaar geleden verzoend met mijn niet-kunnen. Mijn hart en hoofd waren er klaar mee. Klaar met de angst voor het stomme waanidee niet goed genoeg te zijn. En dat luchtte ontzettend op. Wat waarom moest ik alles kunnen. Van wie?

Uiteindelijk kun je niet anders dan leven met je  beperkingen. Inmiddels sta ik op goede voet met de werkelijkheid. Het heeft even geduurd. Dat wel. Maar nu vind ik het juist een verstikkend idee dat je alles maar zou moeten kunnen. De beschrijving alleskunner voelt vreemd genoeg niet meer als compliment. En dat dat nu zomaar ineens hier aan de keukentafel tot mij doordringt, voelt erg goed.

Ik wil niet meer alles kunnen. Ik wil niet meer de beste willen zijn. Ik wil ook heel gewoon kunnen zeggen: nee, dat lukt me niet. Durven laten zien wie ik ben met al mijn plussen en minnen is een verademing. Het voelt kwetsbaar en sterk. En het mooie is dat er mensen zijn die de dingen kunnen die ik niet kan. Als iedereen doet wat hij of zij kan, werkt het leven. En dat bedacht ik me allemaal op de vroege ochtend. Ik ben geen alleskunner. Er zijn heel veel dingen die ik niet kan. En toch schrijf ik nu. Niet omdat ik slim ben. Ik ben juist een warhoofd. En toch ben ik iets geworden waar ik nooit op gerekend had. Hoe mooi is dat!

En terwijl ik even later mijn bloemen (deze keer met water) op tafel zet, besef ik dat ik een samenkunner ben. Want samen met de ander kan ik alles. Nou ja, best veel! Ik vind dit een mooie gedachte en besluit deze tegeltjeswijsheid maar eens mee te nemen naar het nieuwe jaar.

Iedereen kan een beetje en samen kunnen we alles.

Ps: Het woord alleskunner kwam slechts online en niet in de krant en de tafel in de bieb was mooi gevuld. Kortom eind goed, al goed.

0 antwoorden

Laat een reactie achter

Wilt u zich mengen in de discussie?
Voel u niet bezwaard om bij te dragen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *