De Douane

Mark en Daan leggen eerst de handbagage op de lopende band. Als het door de scan is geweest, halen Stijn, Lot en ik ze er weer af. Dan is het tijd voor onze koffers. Ik vind het nu toch een beetje spannend. Bij koffer 1 roept de mevrouw achter de scan: ‘Stop, van wie is deze koffer?’ Ik loop naar haar toe en zeg met een iets sneller kloppend hart: ‘Van mij.’ Er komt gelijk nog iemand anders van de douane aangesneld. Ik kijk naar de foto van de scan. Alleen de contouren zijn zichtbaar. En dat ziet er inderdaad wat vreemd uit. ‘Het is hout’, zeg ik. ‘Hout?’, klinkt er verbaasd als antwoord. ‘Ja, drijfhout’, antwoord ik weer en voeg ik er voor alle duidelijkheid aan toe: ‘Dat zit in al onze koffers.’ Ze kijken ons wat ongeloofwaardig aan. We moeten samen met de koffers naar een apart plekje. Daar opent de douanemeneer onze koffers. ‘Hout’, zegt hij. ‘Ja’, antwoord ik ‘Hout.’ Inmiddels is het woord hout wel erg vaak gevallen en besef ik dat het misschien enig uitleg behoeft. Dus vertel ik over het jutten en mijn drijfhoutwerk. Hij wil wat werk zien en zo belanden we via zijn iPhone op mijn site. ‘In onze hightech wereld roept dit het oergevoel op en dat is goed voor de mens’, is zijn reactie. We praten nog wat over dat oergevoel. En de douanemeneer en ik begrijpen elkaar. Voordat hij de koffers weer dichtdoet hangt hij er nog even met zijn neus boven en zegt verrukt: ‘Ik ruik de zee.’ En daarmee is alles in orde. Ik krijg nog een hand met de opmerking dat in alle jaren dat hij nu bij de douane werkt nog nooit iemand met koffers drijfhout langs heeft zien komen. En tsja dat snap ik dan weer niet.

0 antwoorden

Laat een reactie achter

Wilt u zich mengen in de discussie?
Voel u niet bezwaard om bij te dragen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *