Mediteren

Inmiddels heb ik (noodgedwongen) geleerd om niets te doen. Het heeft even geduurd voordat ik daarvan kon genieten. Ergens zat nog de stem van mijn vader in mijn hoofd. Hij riep in mijn jeugd als ik midden op de dag wat zat te niksen. “Wat lig je nou lamlendig op de bank, ga eens wat doen!” Mijn vader kon niks doen niet waarderen.

Ik wel. Nu. Enorm. Maar dan nog als ik rust ben ik aan het denken, mijmeren, dromen, bladeren of aan het lezen. Maar overal hoor en lees ik dat je moet leren om helemaal niets te doen. Zelfs niet denken. Niets. Helemaal niets. In mijn leven duikelt een term die verband houdt met dat niets steeds vaker op. Mediteren. Ik wilde het weleens proberen. Want dat zou goed voor me zijn. Ik wist alleen niet hoe. Maar gelukkig las ik in het tijdschrift Happinez dat ik in veertig dagen tijd kon leren mediteren. Dus meld ik me aan voor een internetcursus mediteren en krijg ik binnen enkele dagen een werkboek toegestuurd. Ik lees dat ik in veertig dagen, twintig lessen en twintig smsjes krijg die mij helpen om het mediteren in mijn leven in te passen. Ze wensen me succes bij dit nieuwe avontuur dat mijn leven ongetwijfeld zal verrijken. Mediteren schijnt het best te werken op een vaste fijne plek waar je je thuis voelt. Een vaste fijne plek. Dus bombardeer ik mijn lees/denkstoel tot meditatiestoel en zoek wat kussens en kleedjes. Die kleedjes zijn nodig omdat je door het lange stilzitten behoorlijk kunt afkoelen, aldus het werkboek.

Van dit afkoelen, blijk ik in de praktijk absoluut geen last te hebben. Mijn lijf krijgt geen tijd om af te koelen. Ik geloof echt dat door te mediteren mijn welzijn en geluk toe zullen nemen. Echt. Ik ben ervan overtuigd. Maar toch. Het lukt mij na tien lessen, tsja ik ben eerder gestopt, om vijf minuten te mediteren. En dan is mediteren wel een heel groot woord voor die vijf minuten stilzitten van mij.

Terwijl ik het toch echt heb geprobeerd. Ik heb zelfs mijn dochter ingezet. Want samen, was mijn theorie, zou het misschien wel lukken. Maar zodra er ongeveer vijf minuten mediteren om waren, ging het mis. We kregen de slappe lach, de poes miauwde om ons heen, haar mobiel ging af, ik moest naar de wc, mijn zoon kwam binnen en vroeg zich verbaasd af wat we aan het doen waren, Lot kreeg last van een slapende voet of ik viel zelf half in slaap. Dus heb ik ten einde raad maar besloten mijn werkboek in de wilgen te hangen en mijn meditatiestoel weer gewoon lees- en denkstoel te laten zijn. En ooit zal ik mijn gedachten net als wolken voorbij zien drijven en er vervolgens afstand van doen. Om uiteindelijk alleen maar te zijn.

Maar terwijl ik er wat langer over nadacht, bedacht ik me dat wat me in mijn stoel niet lukt, wel gebeurt als ik fiets. Op mijn racefiets heb ik gedachten zonder echt na te denken, laat ik herinneringen bovendrijven zonder er echt op in te gaan of te zoeken waar ze vandaan komen. Dan lukt het wel om mijn gedachten zachtjes aan de bovenkant van mijn hersenen te laten zoemen. Er gewoon te zijn en een soort van innerlijke vrede, waar mijn meditatiewerkboek het over heeft, te voelen. Daar hoef ik geen cursus voor te volgen. Dat gaat vanzelf. Daar heb ik nooit wat voor hoeven te doen. Ik hoef het niet te doen zoals een ander zegt hoe het moet. Ik mediteer al lang. Maar op mijn manier. Op de fiets. Ik moet er van zuchten. Soms is onverwachte wijsheid zo fijn!

0 antwoorden

Laat een reactie achter

Wilt u zich mengen in de discussie?
Voel u niet bezwaard om bij te dragen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *