Een boek. Een uitgever. En met de pr zit het wel goed…

Na een nacht heen en weer geslingerd te zijn tussen iets van borrelend geluk en fladderende paniek word ik op zaterdagochtend al vroeg wakker. Ik besluit mijn bed uit te gaan, trek mijn oude spijkerbroek en shirt aan en sluip heel voorzichtig, ons huis verkeert nog in diepe rust, de trap af. Ik knik de huiskamer die nog in ‘vrijdagavond-stand’ staat vriendelijk gedag en loop door naar de schuur. Daar schuif ik mijn voeten in Hup-Holland-Hup slippers (echt van ieder WK houdt een mens iets over) en pak de duikbril van de werkbank. Op de een of andere manier is mijn veiligheidsbril weken terug verdwenen en ik heb toen uit pure nood als alternatief de duikbril van manlief opgezet. En zo kwam ik tot de verassende ontdekking dat door het dragen van deze bril er niet alleen geen stof in mijn ogen maar er ook geen enkel stofje in mijn neus belandde. En dat is fijn. Ik zet de duikbril, die nu dus veiligheidsbril is, op en hoop dat het boren en zagen mijn nerveuze energie zal temmen. Ik ben graag in mijn schuurtje. Zodra ik met mijn drijfhout in de weer ben vergeet ik meestal alles. Beland ik in de zogenoemde flow. Maar als ik voor de tweede keer met de decoupeerzaag een stuk hout verpruts, weet ik dat het vandaag niet gaat lukken. Ik denk aan iets waar ik de laatste twee weken eigenlijk continue aan denk: “Had ik wel of had ik toch maar niet..”

Een paar jaar terug was mijn leven lekker overzichtelijk. Iets van huisje, boompje, schooltje. Ik had met mijn gezin, de mensen om mij heen en met het lesgeven op een basisschool het leven dat ik wilde. Het klopte. Toen ik dan ook werd overvallen door een virale encefalitis (hersenontsteking) wilde ik slechts één ding: mijn leven dat mij zo lief was weer terug. Dat was alles. En lange tijd heb ik gedacht dat als ik maar door ging, mijn best deed, volhield, dit ook zou lukken. Maar zo gaat dat natuurlijk niet. Toen dat kwartje uiteindelijk in mijn gehavende brein was gevallen wist ik nog steeds niet wat ik met mezelf aan moest. Ik wist het niet. Echt niet. Maar één ding wist ik wel: ik wilde mijn leven leven en wel zo mooi mogelijk. Om alles een beetje op een rijtje te krijgen besloot ik te gaan doen wat ik altijd al graag deed: schrijven. Dus schreef ik over het afscheid nemen van wat niet meer kon, over hoe het nu verder moest en combineerde dat met mijn liefde voor kunst en wonen (ik geloof dat het hebben van een fijn thuis goed is voor je welzijn). Na ruim een jaar was het een mooi document. Ik liet er drie inbinden. Voor mijn kinderen. Voor later.

En ik ging door met schrijven. Maar nu over het boeiende leven van alledag. Na wat wikken en wegen en de nodige duwtjes in mijn rug stuurde ik mijn geschrijf via twitter, facebook en een blog de digitale wereld in. Dan leest een uitgever via twitter mijn blogverhalen en vraagt of ik nog meer heb. Dat heb ik. Een boek. Op de plank. Ik stuur het toe en verwacht er niet zoveel van. Maar dan krijg ik het bericht dat hij er een heus boek inziet. Het uit wil geven. En plotsklaps ben ik in de war. Moet ik mijn verhaal wel de wereld insturen? Wie zit er nou op mijn geschrijf te wachten? Zo erg is het nou ook weer niet wat mij is overkomen. En wie gaat er nou een boek van mij kopen? Maar natuurlijk is het ook gaaf: een boek van mij! Dus. Ik onderteken een auteursovereenkomst en een deskundige eindredacteur gaat met mijn boek aan het werk. En nu is het bijna zover. Mijn manuscript is geredigeerd en ligt bij de vormgever. Kortom: het gaat er echt van komen. En dat is spannend, eng en leuk tegelijk.

Waarschijnlijk zit ik al even in de schuur want mijn zoon Stijn komt binnengewandeld. Ik ben inmiddels gestopt met de decoupeerzaag en op schuren overgegaan. Wel zo veilig. Of ik kom ontbijten is de vraag. Ik klop wat stof af, was mijn handen en zit even later verfomfaaid  aan tafel. “Nou, jij was al vroeg bezig”, is de opmerking van Mark. Tsja, ik kon niet meer in slaap komen”, antwoord ik mijn man. “Ik weet nog steeds niet of…” “O, nee hè mam!”, roept mijn dochter die weet waar dit gesprek naar toe gaat en terecht een beetje moe wordt van mijn geharrewar. “Maar Lot ik heb geen idee wat er nu gaat gebeuren. Straks moet ik mijn boek promoten en dat lijkt me nou niet echt wat voor mij”, breng ik ter verdediging aan. “Mam, maak je maar geen zorgen”, antwoordt mijn Lot koninklijk. O hemel, ik ken die blik en wacht dan ook met spanning op wat er gaat komen. “Ik ben al bezig met de pr en heb een mailtje naar Koffietijd gestuurd.” “Koffietijd?”, vraag ik verbijsterd, “Maar Lot het boek moet nog uitkomen. Bovendien moet dat in overleg met de uitgever. Jij kan niet zomaar…” Verder kom ik niet. Ik zit met mijn mond vol tanden. Dus zoek ik oogcontact met Mark. Voor begrip. Maar ik zie dat hij met moeite zijn gezicht in de plooi kan houden en de lach in zijn ogen niet kan onderdrukken. Lot, die nergens gras over laat groeien, negeert mijn opmerking en zegt na het slaken van een ongeduldige zucht: “Ik heb alleen nog niets gehoord. Dus misschien moet ik van de week maar even bellen.” Stijn, voor wie het begrip ‘Koffietijd’ volstrekt onduidelijk is zegt: “ Ik zet het wel op twitter.” Volgens mij zijn zijn volgers absoluut niet mijn doelgroep maar lief is het wel. Dan gaat ook de jongste, Daan, zich er mee bemoeien: “Jij moet het nu ook eens op facebook en twitter gaan zetten, mam!” Ik sputter nog wat maar stop daarmee als ik tegen vier knikkende hoofden aankijk. Ze hebben gelijk dat ga ik maar eens doen. En ach, uiteindelijk is het onvoorspelbaar hoe het zal gaan. Dat weet niemand. Maar alleen het feit dat er in mijn leven nu dingen gebeuren die ik nooit had verzonnen doet mij goed. Heel goed. En dan word ik op deze zaterdagochtend overspoeld door een warm gevoel. Een warme gloed in mijn lijf want hier zitten de mensen die onvoorwaardelijk in mij geloven. Die oprecht blij en trots op mij zijn. Dus volg ik het advies van mijn reclamebureau hier aan tafel op. Ik wacht nog wel een weekje met plaatsen. Maar toch. Er komt een boek.

13 antwoorden
  1. jook
    jook says:

    O een gesigneerd exemplaar dat zou tof zijn!
    Ik heb vannacht gedroomd dat je bij DWDD zat en dat je boek liep als een trein! Mijn dromen komen vaker uit dus wie weet! Groetjes van Jook

    Beantwoorden
  2. Johanna Glas
    Johanna Glas says:

    Die Jook die weet van dromen, en als het dan ook nog waar wordt… Echt helemaal te leuk dit. Ik kan niet wachten op alle zaterdagen die komen gaan… En ik wil zeker ook een gesigneerd exemplaar bestellen!

    Beantwoorden
  3. wilma hols
    wilma hols says:

    Hallo “oud” buurmeisje, ben door je zus geattendeerd op je aanstaande boek, dit stukje dat ik nu gelezen heb leest al “lekker weg” ik ben nu al fan en ga zeker je boek lezen! (Als ik nog eens weet hoe Twitter en blog werken je andere verhalen ook hihi)

    Beantwoorden

Laat een reactie achter

Wilt u zich mengen in de discussie?
Voel u niet bezwaard om bij te dragen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *