Misschien is het leven wel één grote kettingreactie.

Ik kijk tevreden achteroverleunend uit het raam. De zon komt aarzelend op gang, de wereld is mooi. Maar dan ineens staat mijn trein stil. In Niemandsland. Het duurt een aantal minuten. Er wordt in mijn coupe onrustig geschoven, gedraaid en gemompeld. Dan klinkt er door de intercom dat de trein voor ons in Houten een ‘aanrijding met een persoon’ heeft gehad. En iedereen weet wat daar in treinenland mee wordt bedoeld. Mijn coupé valt dan ook stil. Maar al rap komen de mobieltjes tevoorschijn en wordt de trein gevuld met drukdoende stemmen. Ik ben onderweg naar mijn zus voor een dagje samen. Maar die dag kan ook gerust wat later beginnen. Ik heb geen haast.

Even later kraakt de stem van de conducteur weer door de intercom en hij vertelt ons dat we teruggaan naar station Culemborg, dat iedereen daar vriendelijk wordt verzocht uit te stappen en te wachten op verdere informatie. Tot slot vraagt de conducteur ons om begrip. Zo komt het dat ik samen met mijn mede passagiers zo maar op een doordeweekse dag op station Culemborg beland. En alhoewel het nog wat ochtendfris is, besluit bijna iedereen om buiten voor de kiosk een plekje te zoeken. Ik ben wat achteraf gaan zitten en kijk – dat doe ik nou eenmaal graag – om me heen. Iemand pakt een boek, mensen maken groepjes en praatjes, er wordt op mobieltjes gekeken en koffie (die mogen wij vanwege het ongemak – zoals de NS dit noemt – gratis halen bij de kiosk) gedronken. En er lopen conducteurs rond die tekst en uitleg geven. Dat het politie onderzoek wel een paar uur in beslag gaat nemen. Er voorlopig dus geen treinen richting Houten gaan. De busmaatschappijen in de buurt zijn ingeschakeld en het nu afwachten is wanneer zij bussen beschikbaar hebben. Zo gaat er een klein uurtje voorbij. De gemoederen van een aantal beginnen wat op te lopen. Stemmen worden luider, lichaamstaal verontwaardigder. Twee mannen worden boos. Erg boos. Ze willen weten: Waar de bus blijft, Hoe het zo lang kan duren en Hoe het nou met hun afspraken moet. Een conducteur geeft een stuk rustiger antwoord. Vanaf mijn plek is dat wat hij zegt niet te verstaan. Maar het begrip van de mannen is weg dat is wel duidelijk. Ik zie een stel met koffers – zij moeten een vliegtuig halen – in een taxi stappen. Hoor een auto toeteren waarop twee vrouwen zwaaiend opstaan en iets van een teckel krijgt van zijn baas een bakje water. En terwijl ik dit alles aanschouw, zit ik me op mijn bankje al een tijdje te verbazen hoe het toch mogelijk is dat in precies dezelfde situatie mensen zo verschillend kunnen reageren.

Dan wordt er weer omgeroepen dat er gratis koffie is. Inmiddels heb ik wel dorst en ook trek dus sta ik op en wandel de kiosk in. Achter de balie staat een wat verhitte vrouw – zij heeft het onverwachts zeer druk gekregen hier op het klein stationnetje ‘s morgens in de vroegte – en ik vraag om een koffie. Terwijl ik nog bezig ben een broodje uit te zoeken komt er een vrouw naast me staan. Met mini-jurk, blote benen en laarzen. Ook zij wist vanmorgen niet zo goed om voor de herfst of zomer te kiezen concludeer ik snel. Ze vraagt de verkoopster om de sleutel van het toilet. De verkoopster legt uit dat dit 50 cent kost en dat het alleen voor klanten gratis is. Inmiddels weet ik wat ik hebben wil maar ik voel ook dat het gesprek naast mij de verkeerde kant opgaat. Dus ik probeer wat voorzichtig ‘een kaasbroodje alsjeblieft’ er tussendoor te krijgen. De verkoopster buigt zich voorover naar het brood en ondertussen gaat de mevrouw naast mij stellig verder: ‘De NS heeft mijn koffie betaald dus ik ben klant.’ Net als ik van plan ben om met 50 cent dit dwaze gesprek te beëindigen zegt de vrouw: ‘Het gaat me niet om die 50 cent hoor maar om het principe.’ O hemel, denk ik, principekwesties. En heus ik overweeg me er mee te bemoeien. Wat te zeggen. Weet dat het ergens ook moet. Maar dit soort principekwesties slaan me uit het veld. Altijd.

Ik besluit maar wat te kuchen en het begin en het midden van de volgende zin ontgaan me. Maar de laatste pinnige woorden van de verkoopster zijn : ‘..sleutel krijgen als ik klaar ben.’ Ik reken mijn kaasbroodje af en stop het in mijn tas. De trek is over. Woorden en de manier waarop ze worden gezegd kunnen een mens uit het lood slaan. En ik ontkom er niet aan om me af te vragen hoe een uur terug een mens, die niet meer verder wilde of kon en zichzelf in stukken sprong, kan leiden tot een gesprek als dit. Hoe altijd aan alles, hoe klein of hoe groots ook, iets vooraf gaat. En dat je pas achteraf kunt zeggen wat het effect is van de ene gebeurtenis op een andere. Misschien is het leven wel één grote kettingreactie. Ik zucht eens diep, loop met de koffie in mijn hand naar buiten en hoop nu ook dat de bus snel komt. Want ik ben toe aan mijn zus, haar hond en het Edese bos.

3 antwoorden

Laat een reactie achter

Wilt u zich mengen in de discussie?
Voel u niet bezwaard om bij te dragen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *